• Pastoralia 131: God luistert naar je, Hij hoort je stem

    Pastoralia 131: God luistert naar je, Hij hoort je stem

20 oktober 2021

Bijbeltekst: Mattheüs 7 : 7 t/m 11.

Spreek jij regelmatig met God? En vindt je dat moeilijk? Je ziet de Persoon waarmee je spreekt niet. Misschien twijfel je er wel aan of Hij je wel hoort? Misschien vindt je het moeilijk om de juiste woorden te vinden of om de juiste houding aan te nemen. Wat is bidden eigenlijk en hoe doe je dat? Denk nu niet dat mensen die al jaren christen zijn dat allemaal wel zullen weten. Want het gebed is in beweging. Het vraagt wat van ons. Daarom de komende Pastoralia zullen we daaraan aandacht besteden en samen op zoek gaan naar antwoorden.

Luisteren.
Misschien vindt je het vreemd dat we het eerst over luisteren gaan hebben. Maar daar begint het wel mee. Allereerst is het van het allergrootste belang dat we geloven dat er Iemand is die naar ons luistert. Want als je dat niet gelooft dan houden we onszelf voor de gek. Dan wordt bidden, vergeef me de uitdrukking, geklets in de ruimte. Je moet dus allereerst geloven dat God je hoort en naar je luistert. Je moet met Psalm 116 kunnen zeggen; “De Heer heb ik lief, Hij hoort mijn stem, mijn smeken, Hij luistert naar mij, ik roep Hem aan, mijn leven lang”, vers 1 en 2. Je moet dus ervan doordrongen zijn dat je gebed een adres heeft. En dat is God drieenig, Vader, Zoon en Geest. Als je gelooft met heel je hart dat Hij naar je luistert dan heeft het gebed zin. En Hij luistert naar jou. En Hij verhoort je gebed. Dat zien we in onze Bijbeltekst in de Bergrede, waar Jezus zegt; “Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt en wie zoekt vindt en voor wie klopt zal worden opengedaan,” vers 7 en 8. Dus ons vragen is niet zinloos en niet zonder effect. God hoort en verhoort. Maar luisteren is een tweerichtings verkeer. Hij wil naar jou luisteren, naar wat je op je hart hebt. Maar jij moet vooral ook naar Hem luisteren. Want God spreekt tot je. Misschien zeg je wel, ‘maar ik heb nooit iets gehoord’. Dan is mijn wedervraag; heb je wel goed geluisterd dan? God spreekt tot Zijn volk, tot Zijn kinderen. Regelmatig klinkt het; Hoor Israël of Luister Israël. God spreekt tot Zijn volk in het Oude Testament, op een aantal plaatsen in Deuteronomium bijvoorbeeld. Zoals in de bekende tekst; “Luister Israël: De Heer, onze God, de Heer is de enige”!, hoofdstuk 6 : 4. Als een tekst zo begint dan zegt God door de spreker, Attentie Ik heb jullie iets te zeggen. Nu hebben wij Gods woord ontvangen. En spreekt God niet meer door een profeet, maar door de Bijbel tot ons. Wanneer Gods woord wordt verkondigd, wanneer we Gods woord lezen, dan spreekt God tot ons. En dat kan heel persoonlijk zijn. Dat weet ik uit eigen ervaring. Toen ik zelf een moeilijke periode doormaakte, kwam zomaar ineens de Bijbeltekst uit Mattheüs 28 : 20b in mij op. En dat gaf mij rust en kracht om verder te gaan. Maar dat helpt alleen wanneer je Gods woord ook daadwerkelijk geregeld leest. En je voor jezelf afvraagt; wat heeft deze tekst of dit gedeelte mij te zeggen? Wat wil God mij door dit Bijbelgedeelte zeggen? Dus niet alleen je Bijbel lezen, maar ook overdenken. Zo sprak de Heer zelf tot Jozua bijvoorbeeld; “Leg dat wetboek geen moment terzijde en verdiep je er dag en nacht in , opdat je je aan alles houdt wat erin geschreven staat”, Jozua 1 : 8. Met het wetboek wordt Gods woord bedoelt, ook wel de wet en de profeten genoemd. Door de Bijbel te lezen spreekt God tot ons, daarom is Bijbel lezen ook zo belangrijk. En dan blijft bidden ook geen éénrichtingsverkeer. Want God hoort én spreekt.

Spreken.
God wil dus tot ons spreken. Maar hoe moet dan onze houding zijn. Zo van, ‘nou ik probeer maar wat en dan maar afwachten of er ook wat mee gedaan wordt’. Het antwoord daarop is duidelijk, nee. Je moet niet alleen geloven dat God naar je luistert, je moet ook op Hem vertrouwen. En dan is een gebed niet maar een schot in het wilde weg, maar heel persoonlijk gericht aan Hem. Onze houding moet dan zijn, zoals die van de kleine Samuël. Hij antwoordde God; “Spreek, Uw dienaar luistert”, 1 Samuël 3 : 10. Als je die houding aanneemt dat wil en zal God tot je spreken. Een dergelijke houding is belangrijk, want wij mensen hebben nogal eens de neiging om het Hem wel eens te vertellen hoe wij het hebben willen. Maar dan hebben we niet door tegen wie wij eigenlijk spreken. Eigenlijk heeft iedereen wel iets van Jakob in zich, wij zullen God wel eens een handje helpen. We vullen dan voor Hem in hoe Hij antwoorden zal. Maar dan rekenen we buiten God om. Daarom moeten we ons er heel erg van bewust zijn wie de geadresseerde is die we aanroepen, aanspreken. Hij is de Almachtige, Alwetende, Alomtegenwoordige, Eeuwige en Heilige God. Hij kan alles wat Hij wil. Hij kent het heden en verleden, maar ook de toekomst. Hij overziet ons hele leven, van voor onze geboorte tot na onze dood, Psalm 139 zegt dat zo mooi; “Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor U geen geheim. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in Uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één”, vers 15 en 16. En Hij is Alomtegenwoordig, Hij is in de Hemel en met Zijn Geest op aarde, ja, zelfs in ons hart. Hij heeft geen begin en geen einde. Hij is de Alfa en de Omega. En Hij is heilig. Tot deze God spreken wij. En het is daarom heel belangrijk dat we ons bewust zijn van onze nietigheid. De mens is maar een bedelaar. Wij zijn geheel afhankelijk van God en kunnen alleen maar onze handen ophouden. Die indringende wetenschap maakt ons deemoedig. Het zorgt ervoor dat wij onze grote mond houden. Dat we Hem wel eens vertellen hoe wij het hebben willen. Echter tegelijkertijd zijn we ook Zijn geliefde kinderen. En wil Hij met ons een intieme band, een innige relatie onderhouden. We mogen Hem dan ook alles vragen en alles bij Hem neerleggen. En niet alleen onze handen ophouden, maar ook opheffen. En Hem in dankbaarheid loven en prijzen.

Voorbede.
Want Hij wil het goede voor ons. Hij wil ons gebed verhoren en dan geeft Hij niet iets dat ons schaden zal, kijk maar wat onze Bijbeltekst daarover zegt: “hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie Hem daarom vragen”, vers 11b. Toch hebben wij niet altijd het idee dat wij krijgen waarom wij Hem gevraagd hebben. Maar daar wil ik allereerst in deze Pastoralia van zeggen, dat wij vaak niet eens weten wat goed voor ons is. Dat kan zijn dat onze focus verkeerd ligt. Dat wij iets vragen wat eigenlijk heel schadelijk voor ons zou kunnen zijn, misschien persoonlijk, maar zeker ook geestelijk. Dat het een bedreiging voor ons geloof kan vormen. Daarom hebben we gelukkig Iemand die voorbede voor ons doet. Hij woont in ons hart. Hij kent ons. Psalm 139 zegt; “Heer, U kent mij, U doorgrondt mij, U weet het als ik zit of sta, U doorziet van verre mijn gedachten”, vers 1 en 2. Omdat Hij ons doorgrondt beter nog dan wij onszelf kennen, weet Hij ook wat we echt nodig hebben. En dat brengt Hij, de heilige Geest, voortdurend voor het aangezicht van God. Hij vult ons gebed aan, daar waar wij niet eens beseffen waar we om moeten vragen, vraagt Hij om. Is dat geen troostvolle gedachte? Zo ontgaat niets aan God aandacht. En wordt alles wat wij op het hart hebben voor Hem neergelegd, zelfs als wij het niet eens onder woorden durven brengen. En dan kom je tot de ontdekking; “Wonderlijk zoals U mij kent, het gaat mijn begrip te boven”, Psalm 139 : 6. En daarom geeft God altijd precies dat wat wij echt nodig hebben. Daarom kunnen wij Hem vragen; “Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is”, Psalm 139 : 23 en 24. Een dergelijk gebed zal God zeker horen en verhoren. Zeker weten!
F.L.


Bijbeltekst van de dag