• Pastoralia 132: Jezus leert ons spreken met Zijn Vader

    Pastoralia 132: Jezus leert ons spreken met Zijn Vader

04 november 2021

Bijbeltekst: Mattheüs 6 : 5 t/m 15.

Het was deze week Dankdag voor gewas en arbeid. Maar misschien heeft u wel het gevoel dat u helemaal niet kunt danken. U zit misschien midden in de sores, door de Corona of door andere moeilijkheden. Misschien weet u niet wat u bidden moet. Hoe u dat moet doen. Wat moet ik zeggen? En hoe moet ik dat dan doen? Ook christenen weten dat niet altijd. Ja, zelfs de leerlingen van Jezus wisten het niet. Wat kunnen we dan leren van dit Bijbelgedeelte ? Laten we daar samen eens naar kijken en zien of we er een antwoord uit kunnen afleiden.

Altijd danken?
Hoe moet je bidden? Allereerst moet je God danken. Daar begin je elk gebed mee. ‘Maar hoe kan ik God danken als ik midden in de sores, de moeilijkheden zit’? Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5 : 18; “dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt”. Het is belangrijk deze tekst goed te lezen. Er staat niet dat je voor alles moet danken. Dus als je in moeilijkheden zit of je bent ernstig, misschien wel terminaal ziek, behoef je God daarvoor niet te danken. Dat zou vreemd zijn, tegennatuurlijk en zelfs onmenselijk. Maar je moet God danken onder alle omstandigheden. En Paulus heeft recht van spreken. Hij heeft het nodige meegemaakt, schipbreuk, steniging en geseling en gevangenschap, om maar een paar dingen te noemen. Daar zal hij ook niet blij van zijn geworden, maar toch bleef hij God danken. Waarom? Omdat Hij wist, bij Hem kan ik altijd terecht. God is altijd bij mij. Bij Hem kan ik mijn nood klagen. Hij leent mij zijn oor en Hij laat mij niet alleen, in welke omstandigheden ik ook verkeer. Bij hem was Psalm 116 realiteit in zijn leven; “Hij hoort mijn stem, mijn smeken, Hij luistert naar mij”, vers 1b en 2a. Daarom kan, mag, ja moet je altijd God danken om wie Hij is en wie Hij voor je zijn wilt. God heeft altijd een oor voor je. Hij luistert naar je. Hij leeft met Zijn kinderen mee. Waarom? Omdat we één zijn met en in Christus Jezus. En om Zijn Zoon heeft Hij ons tot Zijn kinderen aangenomen. En als we één zijn met Christus Jezus dan woont Hij in ons met Zijn Heilige Geest. We zijn dus nooit alleen. We worden dus niet zomaar aan ons lot overgelaten. Nee, Hij is erbij. Dat belooft Zijn Naam ook, Jahweh; Ik ben erbij. Daarom moet je eerst danken. Daardoor richt je jezelf op God, op wie Hij is. Dat verlegt je focus van je omstandigheden naar Hem. Dan besef je dat je niet reddeloos bent, dat je situatie niet hopeloos is. Want Hij is erbij. Hij wil voor je zorgen. En wanneer je Hem dankt, breng je als vanzelf jezelf in herinnering wat Hij allemaal voor je gedaan heeft. Hoe Hij je heeft voortgeholpen in het leven. En als Hij dat toen voor je deed, waarom zou Hij je dan nu in de steek laten? Hij heeft belooft; “Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten”, Jozua 1 : 5c. Zal God dan Zijn belofte niet houden? Door je met dankbaarheid op Hem te richten verleg je je aandacht naar Hem en laat je jezelf niet meer in beslag nemen door de omstandigheden waarin je verkeerd. Je weet wie je Helper is en je mag na Hem gedankt te hebben ook op Zijn belofte pleiten en je zorgen, pijn, moeite en klachten aan Hem voorleggen.

Authentiek?
Je hoort vaak de opmerking dat je gebed authentiek moet zijn. Maar wat wordt daar nu mee bedoelt? Wanneer je onze Bijbeltekst leest dan zegt Jezus niet dat je gebed vooral authentiek moet zijn in je bewoordingen. Nee, Hij leert ons het bekende Onze Vader. Dat zijn niet onze eigen woorden, maar woorden die Jezus ons als het ware in de mond legt. Hoe zit dat dan met die authenticiteit? Wat Jezus eigenlijk zegt is dat je gebed oprecht gemeend moet zijn. Dat kan je afleiden van de waarschuwingen die Hij vooraf tegen Zijn leerlingen geeft voor Hij hen leert bidden. Je moet het echt menen. Je moet oprecht zijn en geen bijbedoelingen hebben. Bijvoorbeeld om als uiterst vroom over te komen of om te laten zien wat voor een goed christen je toch bent. Bovendien zegt Hij, zij moeten niet denken dat ze dan nog iets van God te verwachten hebben, want zij hebben hun loon reeds, namelijk de eer, de bewondering die ze ontvangen. Zo’n gebed is dus vruchteloos in Gods ogen. Ze hebben bovendien al zelf gezorgd dat hun gebed verhoort werd, dus God behoeft er dus niets meer mee te doen. En dat doet Hij dan ook niet. Dus wanneer je bid doet dat dan bij voorkeur in je binnenkamer. Daarmee bedoelt Jezus, kies een plaats waar je met God alleen kunt zijn. Waar je met Hem in gesprek kunt gaan. Zet de radio, de televisie uit, je smartphone op stil en zoek een plekje waar je even helemaal alleen kunt zijn. En God zal naar je luisteren. En zo zegt Jezus maak er geen prevelement van. Waarin je allerlei omhaal van woorden gebruikt. Zeg maar gewoon wat je op je hart hebt. Hij weet immers al wat je nodig hebt. ‘Maar waarom moet ik er dan nog voor bidden’? Omdat God graag wil dat je Hem er om vraagt. Het lijkt op een kind dat graag wat drinken wil. Natuurlijk mag ze dat, maar moeder wil wel graag dat ze er om vraagt. Door Hem er om te vragen, geef je Hem de eer die Hem toekomt. Want Hij is de Heer van het Leven en we ontvangen alles uit Zijn hand. Psalm 81 : 8 GK; zegt: “Open maar uw mond, bid tot Mij vrijmoedig”. Onberijmd is het zelfs nog sterker, Psalm 81 : 11; “open wijd je mond, ik zal hem vullen”. Zo goed wil God voor ons zorgen, maar we moeten Hem er wel om vragen. En dat mogen we vrijmoedig doen. ‘Maar wat moet ik dan zeggen’? Dat is helemaal aan jou. Het behoeven geen moeilijke woorden te zijn, het behoeven geen prachtige volzinnen te zijn. Een stamelend gebed, dat oprecht is, is een parel in Gods ogen. Maar weet je het echt niet, dan kan je het Onze Vader bidden. Dat gebed heeft alles in zich wat een gebed in zich moet hebben. ‘Maar dat is toch niet authentiek’? Je maakt het authentiek, als je de woorden je eigen maakt. Als je echt en oprecht meent wat dit gebed je laat bidden. Maar als je het afraffelt, wat op de loer ligt als je het vaak gebruikt, dan wordt het een soort ritueel. Dan is je hart er niet meer bij. Dan kan je het beter achterwege laten. En proberen om je noden en vragen aan Hem zelf onder woorden te brengen. Want dat vergroot de mogelijkheid dat je het ook echt meent, je er zelf bij betrokken bent. Dat voorkomt dat bidden een leeg ritueel wordt. Zo van; o ja, laten we nog effen gauw bidden. Bidden is praten met God en geen reeks van bezweringen of een vroom christelijk ritueel. Maar hoe moet je dan bidden, wat moet je houding zijn?

Op je Knieën?
Hoe moet je je gedragen wanneer je bid? Moet je knielen, je ogen dicht doen en je handen samen? We leren onze kinderen om voor het naar bed gaan vaak om zo te bidden. Maar wanneer de leerlingen vragen hen te leren bidden, dan rept Jezus daar met geen woord over. Je houding tijdens het bidden zit hem niet in knielen en ogen sluiten en handen samen doen of niet. Soms kan dat zelfs niet, bijvoorbeeld als je onderweg in je auto God bid om Zijn hulp. Dan zou ik mijn ogen maar niet dicht doen of mijn handen samen, dat is gevaarlijk. Nee, Jezus wijst op een andere houding. Ik zou het met deze woorden omschrijven; ingetogen, vergevingsgezind en oprecht. En natuurlijk deemoedig en eerbiedig. Want je hebt het wel tegen God. Als dat je houding is, dan wil God naar je luisteren. En dan kan zelfs één zin voldoende zijn. God heeft soms maar een half woord nodig. Zoals van die Tollenaar; “God wees mij zondaar genadig”, Lucas 18 : 13. En Jezus zei van hem; “Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God”, vers 14. Ik ken geen korter gebed. Maar het was oprecht en echt gemeend. Kortom, de vorm is niet zo van belang, maar wel de inhoud en je houding. Spreek dan tot God, Hij hoort graag van je. Maak je niet te druk over wat je zeggen moet. Maar laat het altijd gemeend en oprecht zijn. “En je Vader die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen”, vers 6 van onze Bijbeltekst. Want Hij heeft het beste met ons voor. Dat geloof ik, zeker weten!
F.L.


Bijbeltekst van de dag