Skip to main content
  • Wandelen met Jezus: getroost.

    Wandelen met Jezus: getroost.

02 februari 2023

Afscheid nemen. Vindt u dat ook zo moeilijk? Toch moet je dat in de loop van je leven steeds vaker doen. Afscheid van geliefden die overlijden. Afscheid van je jeugd, als de jaren vorderen. Afscheid van een geliefde die nog wel lichamelijk aanwezig is, maar wiens geest steeds meer verdwijnt in de mist van dementie. Afscheid van je werk en carrière. Of afscheid van doelen en dromen, omdat allerlei zaken je hinderen, je gezondheid bijvoorbeeld, dat te bereiken wat je wenste. Het leven bestaat uit afscheid nemen. Hoe ga je daar nu mee om? En wat heeft de Bijbel daar nu voor antwoord op? In dit Wandelgesprek staan we stil bij de tweede gelukkigverklaring ; “Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden”, Mattheüs 5 : 4.

2 KORINTIËRS 1 : 3 T/M 11

AFSCHEID
Iedereen komt er eens voor te staan. Je moet afscheid van een geliefde, je vader of moeder, je man of vrouw nemen. Of misschien van vrienden. Dat is pijnlijk en verdrietig, je wereld staat even helemaal op zijn kop. Misschien slaat het de grond onder je voeten weg, vooral als het plotseling gebeurd. Het is het ergste wat je kan overkomen. Maar er zijn meer dingen in het leven die je verdriet kunnen bezorgen. Een geliefde heeft Alzheimer of ouderdom dementie en is nog wel lichamelijk aanwezig, maar zijn of haar geest bevindt zich in de mist. En hij of zij drijft steeds verder van je af. Dat is pijnlijk en verdrietig. Ik heb het ook van nabij meegemaakt. Dat wens je niemand toe. Maar het zijn vooral de nabestaanden of familie die er het meest moeite mee hebben. En daarom gaan sommige maar niet meer op bezoek. Begrijpelijk, maar toch pleit ik ervoor wel te gaan. Hij of zij was met jou in alle levensfasen, is het dan ook niet eerlijk dat jij hetzelfde doet? Ookal weet hij of zij dat niet zelf en kent hij of zij jou zelfs niet meer. Jij kent hem of haar wel. Ikzelf neem liever de pijn en het verdriet voor lief, dan dat ik later een schuldgevoel bij mij moet blijven dragen, omdat ik was weggebleven. Maar dit gaat over de ander. Ook kan het zijn dat je zelf afscheid moet nemen. En dat kan al in dit leven het geval zijn. Je moet afscheid nemen van je jeugd. Het kan zijn dat je daar mooie herinneringen aan hebt, maar met het klimmen der jaren komen ook de moeiten. En dan kan je zo maar naar je jeugd terugverlangen. Maar ja, die komt nooit weer. Of je had allerlei dromen en doelen voor de toekomst. En nu is er die toekomst en blijkt dat er van je dromen niets is terecht gekomen en dat je je doelen hebt moeten laten varen. Omdat je gezondheid het laat afweten, of omdat je leven onverwachte wendingen heeft genomen. Je droomde van een groot gezin, maar je ontmoette nooit de liefde van je leven. Of je bent wel getrouwd, maar de Here gaf je geen kinderen. Je moest dus afscheid nemen van je kinderwens of van een partnerwens. Dat is zeker geen kleinigheid. Je moet een rouwproces door. Dan kan het zomaar zijn; “Op de dag van mijn nood zoek ik de Heer, bij nacht hef ik mijn handen, rusteloos, mijn ziel laat zich niet troosten”, Psalm 77 : 3. Of je had een doel in je leven, waar je naar werkte. Je wilde iets bereiken in een bepaald beroep, maar je gezondheid maakte je dat onmogelijk. Ik weet daar alles van. Ik wilde graag lesgeven aan jongeren, als leraar. Maar mijn chronische kwaal maakt het mij onmogelijk om een geregeld arbeidsleven te leiden. Van negen tot vijf is voor mij niet weggelegd. Dus mijn droom en doel ging op in rook. Je bent ineens je focus in het leven kwijt. Maar je moest ook afscheid nemen van een leven dat je niet leiden kunt. En dan begrijp je ineens de uitdrukking; het leven is een tranendal. Het lijden komt in vele vormen. U kunt er denk ik ook vele voorbeelden van bedenken of hebt het zelf meegemaakt.

TROOST
Maar gelukkig, we zijn niet aan onszelf overgelaten. U kent vast ook wel de uitdrukking; daar waar een deur dicht gaat wordt elders weer een venster geopend. Ook daar kan ik over meepraten. Nu doe ik werk waarbij geen negen-tot-vijf-dag bij hoort. Ik kan mijn eigen tijd indelen en mijn arbeid mag, hopelijk, van betekenis zijn voor anderen. Zowel in de kerk, als in de burgerlijke gemeente. Een heel andere carrière dan ik me had voorgesteld. Maar vreemd genoeg gevoel ik me hier op mijn plaats en voel ik me er senang bij. En weet u wat nu zo mooi is? Het is de Here die het zo geleid heeft. Hij is de Heer van mijn leven en Hij zet me in waar Hij dat nodig acht. En dat geeft troost, te weten dat Hij zin geeft aan jou leven. Wanneer je je leven in Zijn hand legt dan komt het goed. Misschien niet zoals jij dat had bedacht. Maar bedenk dan dat wanneer Hij nee zegt, dat niet betekent dat Hij jou wil straffen of laten lijden, maar dat Hij wat beters met je voor heeft. ‘Ja’, zul je misschien zeggen, ‘maar als een geliefde overlijdt, hoe zit dat dan’? Ik begrijp je vraag en ik wil ook niets afdoen aan het verdriet dat dit met zich mee brengt. Maar wanneer jouw geliefde bij de Heer in de hemel is, is hij of zij dan niet op de beste plaats die er bestaat? Daar is geen gevaar meer, geen lijden, geen dood, geen ziekte en geen zorgen. “God zal alle tranen uit hun ogen wissen”, Openbaring 7 : 17. Hadden ze hier een zwaar leven, waren ze arm, ziek of werden ze verguist, misschien vervolgd zelfs. Leefden ze onder zware zorgen en lasten. Of waren ze invaliden. Daar zijn ze volmaakt. Gezond en zonder zorgen of pijn en buiten alle gevaar. Kan dat beter? Dat mag ons toch troost geven. Net als Jezus woorden; “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven”, Johannes 11 : 25 en 26. Ik stel me dat altijd zo voor. Zij die ontslapen zijn in de Here, wonen boven en wij hier beneden in hetzelfde huis. En er is een geestelijke trap naar boven waarlangs wij even naar hen toe kunnen en dat zijn onze herinneringen. Maar straks ga ik ook door de tunnel, het graf, naar hen toe. Dat geeft mij troost en maakt mijn verdriet en gemis dragelijk. Misschien ziet u het anders, dat mag, als u dat troost geeft. Maar houdt één ding in elk geval vast; wie Jezus heeft, heeft het leven. Hier, nu op aarde en straks in de hemel, het eeuwige leven.

TROOSTER
Toen Jezus Zijn dood aankondigde realiseerde de discipelen zich dat ze afscheid van Hem moesten nemen. Maar Jezus troostte hen meteen. Ookal zou Hij er straks niet meer zijn Hij zou ze niet alleen laten. “Dan zal Ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de Waarheid”, Johannes 14 : 16 en 17. Wij hebben dagelijks een Trooster bij ons. Hij zal ons nooit verlaten. We kunnen altijd op Hem terug vallen, als we het moeilijk hebben. Hij geeft ons moed en doorzettingsvermogen. Ook als we onder de last van verdriet gebukt gaan. En weet je wat nu zo mooi is? Hij maakt ook dat we elkaar steunen en opbeuren en troosten. Daarvan getuigd Paulus in onze Bijbeltekst. Hij laat zien wat dat met hem doet. Dat het hem goed doet. En het doet ook goed wanneer je in de gemeente er voor elkaar bent en elkaar troost als dat nodig is. De ander te laten weten; ik ben er voor je. Gaat het even niet? Laat me het weten en ik kom. “De Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven”, 2 Korintiërs 1 : 3b en 4. Troost komt niet vanzelf, maar moet geboden worden, maar ook gevraagd worden. Je moet je ook laten troosten. We zijn niet alleen, maar aan elkaar gegeven en samen zijn we van Jezus en Hij heeft beloofd; “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld”, Mattheüs 28 :20b. Bij Jezus geldt; afscheid nemen bestaat niet. Daarvan mogen we getroost verzekerd zijn.
F.L.